Alpineskiën in het Oberpinzgau: Wildkogel of Zillertal Arena — waar je echt heen moet
Die vraag krijg ik elke winter: welk skigebied dan? En mijn eerlijke antwoord luidt: allebei zijn ze goed, voor elk niveau. Maar ze zijn op verschillende manieren goed — en als je weet welk deel bij je past, wordt een degelijke skidag een echt goede.
Want "Zillertal Arena" is geen eenheid. Het gebied valt voor mij uiteen in vier delen met een volstrekt eigen karakter, en het verschil daartussen is groter dan tussen sommige losse skigebieden. Ik woon hier en ski alle vier regelmatig. Dit is mijn indeling.

De vier gezichten van de Zillertal Arena
In totaal komt de Zillertal Arena op ongeveer 150 kilometer piste en zo'n 52 liften, met hoogtes tot bijna 2.500 meter. Het is het grootste aaneengesloten skigebied in het Zillertal — en het strekt zich uit over twee deelstaten, van Salzburg tot Tirol.
Hochkrimml is mijn tip voor genieters, gezinnen en beginners. Brede pistes, niet te steil, ontspannen skiën. Wie de dag niet als sportieve proef opvat, zit hier precies goed.
Königsleiten spreekt eveneens genieters aan, maar heeft steilere afdalingen in het aanbod — op even brede pistes. Bij de juiste sneeuwcondities zijn er hier bovendien poederopties in relatief veilig terrein dicht bij de piste. Dit is het gebied waar je jezelf kunt opbouwen zonder meteen serieus buiten de piste te moeten.
Gerlos en Zell am Ziller liggen aan de Tiroolse kant en zijn voor mij vooral één ding: het doel van een skitocht. Gerlos heeft één of twee werkelijk mooie maar veeleisende zwarte pistes en poederterrein — en daar geldt zonder uitzondering: let op de lawinewaarschuwingen. Zell am Ziller biedt brede, middelsteile pistes en is de beloning als je 's ochtends in Krimml of Königsleiten bent vertrokken en je dwars door de arena hebt gewerkt.
Die ronde is trouwens de reden waarom de regio voor skiërs interessanter is dan de plaatsnamen doen vermoeden: je skiet niet één gebied af, je reist door meerdere.
De Wildkogel: klein genoeg om van te houden
De Wildkogel-Arena tussen Neukirchen en Bramberg is het gezinsskigebied van de regio. Ongeveer 75 kilometer piste en 20 liften, tussen 820 en 2.150 meter — dus duidelijk compacter dan de Zillertal Arena, maar wel overzichtelijker.
Ongeveer 85 procent van de pistes is blauw of rood, wat de gezinsvriendelijke reputatie verklaart. Toch vind je hier pistes van elk soort, er zijn poederopties, en voor gevorderden én beginners zit er iets bij. Een groot deel van de afdalingen ligt op een zonnig hoogplateau op sneeuwzekere hoogte — dat merk je in februari net zo goed als eind maart.
Met kinderen: de drie plekken die bij ons werken
Als mijn kinderen meegaan, rijden we naar Hochkrimml. Drie plekken werken daar betrouwbaar:
- Filzstein-sleeplift — de klassieke start, rustig en zonder druk.
- Filzstein Speedy — de volgende stap, als de eerste bochten zitten.
- Duxer Bubble met het racetraject — en dat is de plek waar mijn kinderen dol op zijn. Een racetraject maakt van oefenen een spel, en ineens rijden ze dezelfde afdaling tien keer vrijwillig.
Wie met kinderen op pad is, moet de Wildkogel sowieso op het lijstje hebben — niet alleen vanwege de pistes, maar omdat daar de 14 kilometer lange rodelbaan wacht. Een skidag die eindigt met een rodelafdaling onder schijnwerpers, blijft hangen.

Autobahn en Zauberwald: onze vaste ronde
Als ik met mijn zoon Tobias op pad ben, skiën we bijna uitsluitend bij de Filzstein-Speedy-stoeltjeslift. Altijd dezelfde ronde. Zouden we een hele dag doorrijden, dan hadden we waarschijnlijk een diep spoor in de piste getrokken — en toch verveelt hij zich niet. Omdat de ronde voor hem geen afdaling is, maar een route met hoofdstukken, en die hebben namen.
We starten bij het bergstation en houden rechts naast de piste aan, tot de ingang Handlalm. Wat daarna komt heet bij Tobias de "Autobahn" — de snelweg — en op de een of andere manier klopt dat ook: de verbinding van de Filzsteinpiste naar de Handlalm en meteen weer terug richting Filzstein is breed als een straat, en alles gaat in schuss. Niet remmen, niet nadenken, gewoon laten lopen.
Daarna slaat hij meteen het "Zauberwald" in — het toverbos: een klein stuk bos dat van de blauwe piste wegvoert, door de bomen en over de kruising van het funpark naar de rode piste. Door het park rijden we niet — we kruisen het alleen. Voor het Zauberwald hoef je dus niet van kickers te houden.
En de laatste meters naar het dalstation? Die legt hij principieel in de hurkzit af. Elke keer weer.
Dat is het punt waarop ik ouders graag meeneem: je hebt voor een goede skidag met kinderen geen 150 pistekilometers nodig. Je hebt één lift nodig, een ronde met herkenningswaarde en een kind dat de stukken eigen namen geeft. En passant heb je vanaf het Handlalm-gedeelte bij de Alpengasthof Filzstein een van de mooiste uitzichten van de regio — naar de Krimmler watervallen en het Achental.
Wachten? Bijna nooit — met één uitzondering
Dit is een van de redenen waarom ik hier graag ski: in Hochkrimml en Königsleiten gaat vrijwel alles met zeer korte wachttijden. Je brengt de dag door op de piste, niet in de rij.
De ene uitzondering die je moet kennen: de Plattenkogellift in Hochkrimml. Op bepaalde momenten van de dag wordt het daar merkbaar drukker, omdat veel skiërs vanuit Gerlos terug willen naar Hochkrimml en dat zich op dit punt bundelt. In Gerlos en Zell am Ziller is het over het algemeen drukker dan aan de Salzburgse kant.
Mijn strategie daartegen is simpel en werkt al jaren: tegen de stroom in skiën. 's Ochtends richting Gerlos, terwijl alle anderen nog in hun eigen gebied zitten — en dan niet te laat terug. Wie de terugweg op het laatste moment begint, staat precies in de golf die hij wilde vermijden.

Het uitstapje dat bijna niemand maakt
Nu we het toch over de Plattenkogel hebben: hier komt de tip die ik verder alleen doorgeef als iemand ernaar vraagt.
Vanaf het bergstation Plattenkogel in Hochkrimml — het gebied dat ook bekendstaat als de Gerlosplatte — is het maar 200 tot 300 meter te voet omhoog naar het topkruis. Een paar minuten lopen, meer niet. Je neemt je ski's gewoon mee, zet ze bovenaan neer en rijdt daarna direct vanaf daar verder.
Wat je daarboven wacht, is het mooiste panorama van de hele regio: omlaag het Salzachtal in, naar de Hohe Tauern met de Krimmler watervallen en aan de andere kant de Zillertaler Alpen. Zoveel drieduizenders in één blik zie je zelden — en praktisch nergens na een wandeling van vijf minuten op skischoenen.
De moeite staat in geen verhouding tot het uitzicht. Wie er één keer boven is geweest, doet het elke keer weer.
Onderweg eten: de ovenaardappel die het waard is
Mijn aanbeveling is ondubbelzinnig: de BergGeistAlm in Hochkrimml — velen kennen hem nog onder de vroegere naam "Georgs Treff". Wat je daar bestelt: ovenaardappel, in de verschillende varianten. Het klinkt onspectaculair en juist daarom is het goed.
En als het weer omslaat — storm, mist, natte sneeuw — dan is het eerlijke antwoord toch: naar binnen. Je hoeft niet elke dag door te zetten. Bij slecht zicht is de hut de betere piste.
Aankomst en parkeren
In Hochkrimml kost parkeren niets, en er zijn voldoende plekken. Dat is een tastbaar voordeel dat je pas waardeert als je het elders hebt gemist.
In Königsleiten en Neukirchen kan het daarentegen wel eens krap worden — daar loont het om vroeg te zijn of de verbindingen te gebruiken.
Eén skipas voor beide gebieden
Dit is het punt dat de hele Wildkogel-of-Arena-vraag ontspant, en verrassend weinig gasten kennen het: vanaf twee dagen geldt de skipas van de Zillertal Arena — net als de Zillertaler Superskipass — ook in de Wildkogel-Arena. Je hoeft dus helemaal niet te kiezen. Hochkrimml, Königsleiten, Gerlos, Zell am Ziller en de Wildkogel staan met één pas open.
De adder onder het gras: voor de dagkaart geldt dit niet. Wie maar één dag skiet, blijft in het gebied waar hij gekocht heeft.
Daarbij een bonus die vaak over het hoofd wordt gezien: tussen Neukirchen, Wald, Krimml en Königsleiten rijd je met een geldige skipas gratis met de skibus. De auto kan dus blijven staan.
's Ochtends skiën, 's middags rodelen — met dezelfde pas
Daaruit laat zich een dag bouwen die ik graag aanraad: 's ochtends in de Zillertal Arena skiën, dan door naar de Wildkogel en de 14 kilometer lange rodelbaan omlaag.
Dat gaat inderdaad met één pas — als je één tijdstip onthoudt: de skipas dekt de opstijging naar de rodelbaan tot 16:15 uur. Wie later omhoog wil, heeft een eigen rodelticket nodig. De afdaling mag daarentegen rustig in het donker vallen, de baan is tot 22 uur verlicht. Je moet dus op tijd boven zijn, niet op tijd beneden.
Praktisch betekent dat: rond 15 uur stoppen met skiën, overstappen, de laatste bergrit nemen — en onder de schijnwerpers naar beneden rodelen. Wie ontspannener plant of pas 's avonds wil vertrekken, koopt het rodelticket en zit aan geen enkel tijdstip vast.
Skiverhuur en skischool
Hier houd ik me bewust op de vlakte: er zijn talrijke goede mogelijkheden in alle dorpen, en ik heb geen reden om de ene aanbieder boven de andere te stellen. Wie in het dorp verblijft, vindt de verhuur meestal op loopafstand.
Voor wie is deze regio niets?
Eerlijk gezegd: voor bijna niemand. Het gebied dekt elk niveau — van de eerste sleeplift tot de veeleisende zwarte piste met poeder ernaast.
En zelfs wie helemaal niet skiet, heeft hier genoeg te doen: de rodelbaan, winterwandelpaden, het nationale park voor de deur. Ik ken weinig regio's waar de niet-skiër in het gezelschap zo weinig hoeft in te leveren.
Waar te verblijven?
Wie de hele Zillertal Arena wil skiën, verblijft het best in Krimml of in Wald met het dorpsdeel Königsleiten — vandaar zit je zonder autorit in het gebied en begin je de grote ronde direct voor de deur. Wie het huiselijker en compacter wil, zit in Neukirchen of Bramberg aan de Wildkogel goed.
Vakantiewoningen zijn in beide gevallen de ontspannen keuze: skispullen drogen, zelf koken als de kinderen eerder moe zijn — en 's ochtends vertrekken wanneer je wilt.